Overig

Feiten en fabels over het doven van vuur

Geschreven door admin

De zomer is aangebroken. De barbecue is van stal gehaald. Binnen worden er voor de kinderen patat en diverse snacks gefrituurd. In de tuin zijn er een aantal kaarsjes aangestoken… Geen ondenkbaar tafereel tijdens de zwoele zomeravonden van dit moment. Hierbij denken we echter niet snel aan vuur, terwijl het gevaar daarvan wel degelijk op de loer ligt. In dit artikel zetten we de feiten en fabels over het doven van vuur op een rij.

Feit #1: vlammen op de barbecue mag je nooit doven met water

Hartje zomer. Een periode waarin veelal met enige regelmaat de barbecue aangestoken wordt. Een periode waarin – naast zon, zee en strand – genoten wordt van lekker eten en drinken in de zwoele zomeravondzon. Hoewel het aansteken van de barbecue ons met name plezier brengt, zit een ongeluk in een klein hoekje. En dat brengt ons bij feit nummer 1: vlammen op de barbecue mag je nooit doven met water. Vlammen moet je gewoon uit laten gaan. Hoewel het doven van vlammen op de barbecue met water niet per se gevaarlijk is, krijg je wel enorm veel stoom met daarin veel as.

Feit #2: op brandende frituurolie mag je nooit water gooien

Wanneer er hete frituurolie in brand staat, branden de oliedampen die vlak boven de oppervlakte hangen. De grootte van het vuur hangt af van het oppervlak van de vloeistof. Wanneer er water bij de brandende frituurolie komt, neemt dit oppervlak toe. Brandende frituurolie heeft een temperatuur die hoger is dan 100 graden Celsius; het kookpunt van water. Dat betekent dat wanneer je water in de pan met brandende frituurolie gooit, het water direct zal verdampen. Water zet zich ongeveer 1700 keer uit zodra het verdampt. Dit leidt ertoe dat het water in de frituurpan zich direct verdeelt als een enorme massa hete stoom in de ruimte. Hoewel de stoom vanzelf verdwijnt, stuwt de stoom een grote hoeveelheid kleine druppels frituurolie de lucht in. Daardoor neemt het oppervlak waarop de verdamping plaats kan vinden enorm toe. De vlammen worden gevoed met als gevolg een hevige vuur van brandende oliedampen met hete waterdampen. Op brandende frituurolie mag je dus nooit water gooien.

Fabel #1: een blusdeken is geen geschikt blusmiddel voor personen die in brand staan

Blusdekens zijn gemaakt van onbrandbaar of moeilijk brandbaar materiaal. Een blusdeken kun je over een beginnende kleine brand leggen om deze te blussen. Het vuur dooft, omdat een blusdeken de zuurstof van de vuurhaard ontneemt. Blusdekens zijn een van de makkelijkste blusmiddelen in gebruik. Een blusdeken is geschikt voor kleine vloeistofbranden: bij een vlam in de pan, bij een frituurpan die in brand vliegt én bij brandende kleding. En dat brengt ons bij fabel nummer 1: een blusdeken is geen geschikt blusmiddel voor personen die in brand staan. Een blusdeken is juist uitermate geschikt voor het doven van brandende kleding, omdat het direct de hitte veroorzaakt door de vlammen wegneemt en er ernstige brandwonden mee worden voorkomen.

Fabel #2: een brandende kaars kun je met water blussen

Waar in het geval van brandende frituurolie, de aanwezige olie steekvlammen veroorzaakt, geldt dit ook voor kaarsvet. Voor het blussen van vlammen van kaarsen kun je een blusdeken of zand gebruiken, maar nooit water. Want wanneer het water de kaars raakt, wordt dit omgezet in damp en zet het sterk uit. De smeltende kaarsmassa wordt met de damp meegetrokken en weggeslingerd, waardoor de brand extra zuurstof krijgt en oplaait. Een explosie met metershoge vlammen is daarbij niet ondenkbaar.

Hoewel we niet hopen dat je ooit met bovenstaande brandende voorbeelden te maken krijgt, hopen we wel dat je er wat van opgestoken hebt. Zie deze feiten en fabels over het doven van vuur dan ook als een paar waardevolle tips voor tijdens die komende zwoele zomeravonden.